Er was eens…… een koopmansdochter met een rijke fantasie. Ze ontwierp “echt mooi speelgoed” en maakte dat in haar eigen atelier. Zo bedacht ze sprookjespuzzels, paddenstoelkrukjes, slaapkabouters, prinsessenspiegels, noem maar op. Het was een hele klus, maar gelukkig kreeg zij hulp van de zoon van de herbergier. Die timmerde van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en samen waren zij een heel goed stel.
 In 1995 verkochten zij hun zelfgemaakte producten vanuit een piepklein winkeltje aan huis. Het winkeltje droeg de naam: ‘De Vliegenzwam”, vernoemd naar hun eerste product. De zaken gingen voorspoedig, en zo kwam het, dat de koopmansdochter zei: “mijn winkel is prachtig maar oh zo klein.
Wat zou het toch mooi zijn als het ietsjes groter kon zijn!”

Dus zaagde de zoon van de herbergier, die inmiddels de timmerman werd genoemd, een gat in de muur, timmerde van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en na een paar weken was hij klaar. 
De koopmansdochter was erg blij met de extra ruimte en hervatte neuriënd haar werk. Maar al snel stapelde het speelgoed zich op en liep iedereen elkaar in de weg. En dus zei de koopmansdochter voor de tweede keer: “mijn winkel is prachtig maar oh zo klein.
Wat zou het toch mooi zijn als het ietsjes groter kon zijn!”

Wijzer geworden van de vorige keer, pakte de timmerman het dit keer beter aan. Hij sloopte een oude muur, stortte een nieuwe vloer, metselde een stenen muur, timmerde van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en na een paar maanden was hij klaar. De koopmansdochter
kon haar geluk niet op. De winkel was veel mooier en groter dan eerst.

De Vliegenzwam, gelegen in Oostwoud, werd voor velen het adres voor “echt mooi speelgoed”. Treinen, boeken over muisjes, kabouters met spillebenen, jurken met roosjes en puzzels, de keuze was reuze. Tot op een dag… de koopmansdochter wakker werd en voor de derde keer zei: “de winkel is prachtig maar oh zo klein. Wat zou het toch mooi zijn als het ietsjes groter kon zijn!" De wijze timmerman, die bang was dat hij dit zijn hele leven zou moeten horen, bedacht dat het nu maar eens klaar moest zijn. Hij pakte zijn hamer, sloopte een oude muur, stortte een nieuwe vloer, metselde een stenen muur, verplaatste een dak, groef een gat in de tuin, plantte een boom en timmerde van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en na een paar jaar was hij klaar.

En zie, de winkel een waar speelgoedpaleis. Met ruime schappen, geboende vloeren, en lampen als sterren aan de hemel. Bergen speelgoed en ontelbare cadeautjes, ingepakt in het mooiste papier. En de koopmansdochter? Die zei dit keer niets. Ze was geheel sprakeloos en nog nooit zo gelukkig geweest in haar leven. En dat is ze tot op de dag van vandaag gebleven.